Menu

De deur staat open.

Ken je dat ge­voel? Dat je, na een vol­le dag op je werk, thuis op de bank ploft, je schoe­nen uit schopt en echt toe bent aan rust. Je hebt even geen zin om nog eten te ma­ken. Je hebt über­haupt geen zin om nog iets te doen. Je wilt lek­ker weg­doe­ze­len voor de TV. Je hebt im­mers al zo veel ge­daan van­daag. Mor­gen is er weer een dag.

Dan gaat plots de bel. Je spiekt door de gor­dij­nen en ziet ie­mand die je niet kent. Hij ziet er slecht ver­zorgd uit, als­of hij al we­ken de­zelf­de kle­ren draagt. Je zucht. Hij komt vast geld vragen. En het lijkt er sterk op dat hij be­hoef­te heeft aan een praat­je. Daar gaat dan je avond­je niets doen. Of zal je doen als­of je niet thuis bent? De gor­dij­nen zijn toch dicht…

Toen Jezus op aar­de was, was Hij vol­le­dig mens. Ook Hij had zul­ke mo­men­ten: moe van alle in­span­nin­gen, be­hoef­te aan rust en stil­te. In het Bij­bel­boek Mar­cus le­zen we hoe Hij zijn leer­lin­gen uit­zendt, na­dat hij ze veel ge­leerd heeft. Ent­hou­si­ast ko­men zij op den duur bij Hem te­rug om te ver­tel­len over al het moois dat ze mee­ge­maakt heb­ben. Jezus glim­lacht om die mooie ver­ha­len, maar Hij voelt ook dat Hij moe is. Hij stelt voor (Marcus 6:31) ‘Ga nu mee naar een een­zame plaats om al­leen te zijn en een tijd­je uit te rus­ten.’ Want het was een voort­du­rend ko­men en gaan van men­sen, zo­dat ze zelfs de kans niet kre­gen om te eten. Ze voe­ren met de boot naar een af­ge­le­gen plaats, om daar al­leen te kun­nen zijn.

Heer­lijk. Even niets, geen men­sen om je heen. Da­gen lang za­ten Jezus en zijn leer­lin­gen in de druk­te. Nu wil­den ze heel even op­la­den in de stil­te. Maar dan? De stil­te wordt al snel door­bro­ken. Het volk heeft lucht ge­kre­gen van het feit dat Jezus en zijn leer­lin­gen naar een stil­le plek zijn ge­gaan. Ze vin­den uit waar Hij is - en ze haas­ten zich er heen. Ze wil­len er­bij zijn, ho­ren wat Hij te ver­tel­len heeft, nog meer won­de­ren mee­ma­ken! En Jezus? Hij stapt uit de boot en ‘voel­de me­de­lij­den met hen, om­dat ze le­ken op scha­pen zon­der her­der, en hij on­der­wees hen lang­du­rig’.
Hij is he­le­maal niet cha­grij­nig dat zijn stil­te-mo­ment nu door­bro­ken is. Hij is ont­roerd door hoe hard deze men­sen zoe­ken naar de waar­heid en het licht. En Hij wil ze hel­pen in die zoek­tocht. Dat is veel be­lang­rijk­er dan dat Hij wil uit­rus­ten. Dat is on­voor­waar­de­lij­ke lief­de. Nog veel gro­ter dan wij ons ooit zoud­en kun­nen voor­stel­len. Wat een uit­no­di­ging zijn de­ze Bij­bel­ver­zen voor ons! Je mag al­tijd, op welk mo­ment ook, naar Jezus toe gaan. Hij ziet dat je zoekt, Hij wil jou daar­in hel­pen. Je komt nooit, maar dan ook nooit on­ge­le­gen. De deur staat open!

(Publicatiedatum: 8 juli 2019)

 

Jessica Biewenga
Evangelische gemeente "De Lichtstad"