Menu

De les van de herfst.

Het is herfst. De mooie herfst­bla­de­ren aan de bo­men zijn al een paar we­ken goed zicht­baar. Ze kleu­ren geel, rood, bruin - en val­len van de boom. Hier en daar lig­gen de stra­ten al goed vol met blad. De herfst is niet zo­maar een toe­val­lig ver­schijn­sel in de schep­ping. Wij mo­gen er­van ge­nie­ten, maar kun­nen er ook een be­lang­rij­ke ge­loofs­les van le­ren. Wel­ke? Daar­voor moe­ten we eerst de bi­o­lo­gie van de boom be­grij­pen.

Voor een boom zijn wa­ter en zon­licht heel be­lang­rijk. Ze ne­men het wa­ter op met hun wor­tels en ha­len, via de bla­de­ren, CO2 uit de lucht. Het zon­licht zorgt er­voor dat dit wordt om­ge­zet in zuur­stof (fijn voor de mens) en dat de boom voe­dings­stof­fen aan­maakt voor zich­zelf. In de herfst en win­ter is er min­der wa­ter en zon­licht be­schik­baar. De da­gen zijn kor­ter, de grond wordt hard. Hier­door is er niet vol­doen­de toe­voer voor de boom om goed zijn werk te doen. De boom moet in de­ze pe­ri­o­de le­ven uit zijn ei­gen voor­raad en moet zui­nig zijn. Lang­zaam raakt de voor­raad uit­ge­put en de­ze wordt tij­de­lijk niet aan­ge­vuld. Het stof­je dat zorgt voor het groe­ne blad ver­dwijnt (van­daar de herfst­kleu­ren) en er groeit een laag­je op de tak­ken waar­door de bla­de­ren steeds los­ser gaan zit­ten. Uit­ein­de­lijk zul­len ze bij een wind­vlaag naar be­ne­den dwar­re­len.
In jouw ge­loofs­le­ven heb je ook een toe­voer van be­lang­rij­ke din­gen no­dig, zo­als Gods woord, ge­bed en de hei­li­ge Geest. Staakt de­ze toe­voer, om­dat je je niet meer zo be­zig houdt met het ge­loof, om­dat je je laat af­lei­den, dan zal het met ons ge­loof steeds iets min­der gaan. We wor­den min­der fris, min­der stand­vas­tig. Bij een wind­vlaag (bij­voor­beeld een er­ge ge­beur­te­nis) kan het dan ge­beu­ren dat je ge­loof heel wan­kel wordt en het weg­valt. Hoe kun je dat voor­ko­men? Zorg er­voor dat de toe­voer op or­de blijft. Je­zus sprak hier ook over. Waar Hij leef­de wa­ren ze niet zo be­kend met herfst­bo­men, daar­om ge­bruik­te hij het voor­beeld van een wijn­stok. Hij zei: “Een rank die niet aan de wijn­stok blijft, kan uit zich­zelf geen vrucht dra­gen. Zo kun­nen jul­lie geen vrucht dra­gen als jul­lie niet in mij blij­ven. Als ie­mand in mij blijft en ik in hem, zal hij veel vrucht dra­gen. Maar zon­der mij kun je niets doen. Wie niet in mij blijft wordt weg­ge­gooid als een wijn­rank en ver­dort.” (Jo­han­nes 15 : 5, 6 ).

Ge­niet tij­dens je herfst­wan­de­ling van de mooie kleu­ren. Laat de herfst een voor­beeld zijn van hoe be­lang­rijk het is dat je blijft aan­ge­slo­ten op de juis­te Voe­dings­bron. En houd al­tijd goe­de moed, want de schep­ping leert ons ook dat na de herfst en de win­ter weer nieu­we groei komt! Dank­zij God’s ge­na­de is er al­tijd een weg te­rug naar Hem.

(Publicatiedatum: 29 oktober 2018)

 

Jessica Biewenga
Evangelische gemeente "De Lichtstad"